BIO - ENERGIE

 

Terwijl wereldwijd de vraag naar energie en de uitstoot van CO2 nog altijd toenemen, neemt het aanbod van goedkope fossiele energiebronnen continu af. Er dreigt een klimaatprobleem, de energieleveringszekerheid daalt en de energieprijzen stijgen.

Om alle negatieve ontwikkelingen te minimaliseren is men steeds op zoek naar nieuwe vormen van energie voorziening in de vorm van duurzame energie, oftewel energie uit hernieuwbare bronnen.

Hernieuwbare energiebronnen worden afgeleid uit organische materialen die biologisch en door natuurverschijnselen worden bijgevuld. Deze energiebronnen kunnen oneindig worden gebruikt. Voorbeelden van deze eindeloze natuurlijke rijkdommen zijn biomassa van organische materialen zoals diverse gewassen, windenergie door windmolens of zonne-energie door zonnepanelen.

Niet voor niets wordt biomassa steeds vaker het ‘Groene Goud’ genoemd. Jaarlijks kan schone biomassa theoretisch genoeg energie leveren om driemaal aan de wereldvraag te voldoen. Het voordeel van biomassa is dat je een centrale kan aanzetten als er vraag naar energie is (zgn. basislast). Windenergie en zonne-energie zijn stromingsbronnen en hebben dat voordeel niet. Biomassa is daarom een belangrijk onderdeel in de omschakeling naar een duurzame energiehuishouding.

De landbouwsector wordt steeds meer gezien als belangrijke leverancier en producent van duurzame energie. Groene elektriciteit, biogas, biobrandstoffen vormen nieuwe markten naast de bestaande voedsel- en veevoederproducten. Bekende voorbeelden hiervan zijn het vergisten van mest om groene elektriciteit mee op te wekken, en het gebruik van koolzaad voor de productie van puur plantaardige olie en biodiesel.

Biomassa voor duurzame energie wordt gerekend, voor wat betreft de CO2 uitstoot, tot de 'korte kringloop'. Biomassa is organisch materiaal zoals hout, groente-, fruit- en tuinresten. Uit o.a. de koffie-, suiker- en katoenindustrie komt ook vrij veel biomassa als reststromen voor. Bij het verbranden komt wel CO2 vrij, maar deze is kort hiervoor ook door bomen en planten uit de lucht onttrokken. Hierdoor vindt er geen toename van de totale hoeveelheid CO2 in de atmosfeer plaats. Fossiele brandstoffen daarentegen hebben miljoenen jaren de tijd gehad om zich te vormen en in de aarde vast te leggen. Al deze CO2 komt in een paar honderd jaar door verbranding vrij en dat betekent dat in korte tijd de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer sterk toeneemt.